Recht op beperking van verwerking

Recht op beperking van verwerking

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) geeft mensen in bepaalde situaties het recht op beperking van het gebruik van hun gegevens. In de AVG (artikel 18) staat dit recht omschreven als het ‘recht op beperking van de verwerking’.

Criteria recht op beperking van de verwerking

Het recht op beperking van de verwerking geldt in situaties die voldoen aan een van de volgende criteria:

  • Gegevens zijn mogelijk onjuist
    Geeft iemand aan dat uw organisatie onjuiste persoonsgegevens gebruikt? Dan mag u deze gegevens niet gebruiken zolang u nog niet heeft gecontroleerd of de gegevens wel kloppen.
  • De verwerking is onrechtmatig
    U mag bepaalde gegevens niet verwerken, maar de betrokkene wil niet dat u de gegevens wist. Bijvoorbeeld omdat hij de gegevens later nog wil opvragen.
  • Gegevens zijn niet meer nodig
    U heeft de persoonsgegevens niet meer nodig voor het doel waarvoor u ze heeft verzameld. Maar de betrokkene heeft de persoonsgegevens nog wel nodig voor een rechtsvordering. Bijvoorbeeld een juridische procedure waarbij hij betrokken is.
  • Betrokkene maakt bezwaar
    Maakt iemand bezwaar tegen het verwerken van zijn persoonsgegevens? Dan moet u stoppen met deze gegevens te verwerken. Tenzij u dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking aanvoert die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene. Zo lang nog niet duidelijk is of uw gronden zwaarder wegen, mag u de gegevens niet verwerken.

Derde partijen informeren

Heeft u de betreffende persoonsgegevens aan andere partijen verstrekt? Dan moet u deze organisaties laten weten dat u het gebruik van deze gegevens heeft beperkt. En dat zij dat dus ook moeten doen.

Als iemand van wie u persoonsgegevens verwerkt er om vraagt, moet u ook vertellen welke organisaties u op die manier heeft geïnformeerd.

(Bron: Autoriteit Persoonsgegevens)